Heb ik jullie ooit bedankt?

27 feb
© Illustratie: Lies Koning

Heb ik jullie ooit bedankt?

Het is voor iedereen een enerverende dag geweest. Alle verpleegkundigen zijn, ironisch genoeg, druk bezig om de rust op de afdeling te herstellen. Ik sta op het punt naar mijn kamer te gaan, als ik zie dat één van mijn patiënten zich opvallend verdacht gedraagt. Ik besluit mijn geplande administratieve werkzaamheden nog iets langer uit te stellen en, op basis van een onbestemd onderbuikgevoel, patiënt op te zoeken.

Ik loop patiënt achterna en klop ferm op de slaapkamerdeur. Geen gehoor. De deur zit op slot. Een onbehaaglijk gevoel bekruipt me. Ergens in mijn achterhoofd hoor ik zacht de stem van de afdelingspsychiater doorklinken, die bij elke nieuwe opname hardop benadrukt dat opnames geen garantie op suïcidepreventie zijn.

Ik waarschuw patiënt dat ik de kamer binnenkom, iets wat ik uit privacyoverwegingen zelden doe, voor ik de deur van het slot draai. Ik stap een donkere kamer in. Terwijl mijn ogen wennen aan het duister, voel ik adrenaline mijn bloed ingepompt worden. Mijn hart klopt in mijn keel.
Nog voor mijn ogen helemaal gewend zijn aan het duister, zie ik de contouren al - die van een levenloos lichaam op de grond. Mijn hart slaat een slag over van schrik. Zo snel als ik kan, handel ik naar bevinden, en roep ik om hulp. Binnen enkele seconden word ik omgeven door doorgewinterde verpleegkundigen, die precies weten wat ze moeten doen. Ik zet een stap naar achter. 'Het is nog niet te laat', hoor ik de verpleegkundigen geruststellend tegen elkaar en mij fluisteren. 'Patiënt zal overleven ...'

In een iets hoger tempo dan gebruikelijk loop ik terug naar mijn kamer. Het is de eerste keer dat ik een suïcidepoging van zo dichtbij meemaak. Ik neem plaats achter mijn bureau. De adrenaline stroomt mijn lichaam uit en ik word overspoeld door een golf van vermoeidheid en verdriet. Een traan valt geruisloos op mijn kladblok. Een genadige traan, op de eerste plaats, voor mijn veel te lieve patiënt wiens leven te zwaar is om het aan te kunnen.

Maar ook een traan voor het verpleegkundig team en het werk dat de teamleden elke dag, in alle bescheidenheid, doen. Als dagelijks aanspreekpunt op een afdeling leren zij patiënten het best kennen. Ze vormen een band, winnen vertrouwen, maken grapjes, observeren, begeleiden, verzorgen.
Zij zijn de mensen die agressie moeten afwenden, of - soms dagen achtereen - suïcidepogingen verijdelen en doorgaan met de orde van de dag, omdat dat in het belang van het herstel van alle andere patiënten is.
Zij zijn de mensen die deze patiënten, die ze zo goed hebben leren kennen, als eerste dood zullen aantreffen na een geslaagde suïcide. Die hierdoor, vanzelfsprekend, zelf ook aangedaan zijn, maar de zorg voor de rest van de patiënten hier niet onder laten lijden.

Maar, bovenal, zijn zij de mensen, die na zo’n suïcidepoging ook nog even bij mij langsgaan, op mijn net iets te snel dichtgetrokken kamerdeur kloppen, en met oprechte zorgzaamheid navragen hoe het mij vergaat ... alvorens ze hun eigen werk hervatten.
Want dat werk - het samen zorgen voor mensen - waar verdriet en vreugde elkaar in hoog tempo afwisselen, dat gaat te allen tijde door.
Wat er ook gebeurt.
 

(N.B. Privacy van patiënten is gewaarborgd, herkenning berust op toeval.)

Deel deze post op:

Reacties

Patrick
26 november 2018
Zo herkenbaar, het onderbuikgevoel zegt vaak meer dan de theorie of het behandelplan. Maar wennen doet het nooit.
Margreth Noordermeer
30 juli 2018
Wat mooi en goed verwoord en o zo herkenbaar voor mij als psychiatrisch verpleegkundige
Lies Koning-- illustrator
01 maart 2018
Ik herken me als verpleegkundige precies in deze blog. Ontroerend en mooi.
Bas van Wel
28 februari 2018
Dank je wel voor deze mooie blog over het hart van ons vak
Herma van der Wal
28 februari 2018
mooi en ontroerend om te lezen. Zo herkenbaar ook. Dank je wel
Joop Dorresteijn
27 februari 2018
Een betekenisvolle ervaring, met empathie en verantwoordelijkheidsbesef ondergaan, samen met meelevende en doortastende anderen, in gevoelige bewoordingen beschreven. Ja, mooi om te lezen!
Jan Flier
27 februari 2018
mooi verhaal, trots op m'n vakbroeders en -zusters.

Reactie toevoegen