“Het is geen intake – en dat moet het ook niet worden …”
Wat als we niet beginnen met klachten, maar met iemands verhaal? Wat als de geestelijke gezondheidszorg en het sociaal domein vanaf het eerste gesprek samen optrekken? In de pilot met verkennende gesprekken gebeurt precies dat. Klinisch psycholoog Maaike Heijnis (Dimence) en manager Annemarie van der Kolk (Wijz Welzijn) delen hun ervaringen en waarom dit volgens hen echt anders is dan wat we gewend zijn.
Het verkennend gesprek wint snel terrein als nieuwe manier om inwoners met mentale klachten beter en sneller op de juiste plek te krijgen. Toch roept het ook vragen op bij professionals: wat doe je precies in zo’n gesprek? En hoe verschilt het van een intake?
Volgens Maaike begint het antwoord bij wat het níet is. “Het is nadrukkelijk geen intake. We willen niet starten met: wat zijn uw klachten, hoe lang heeft u die al en hoe vaak per week? Dan zit je meteen in het medische model.”
Het brede verhaal
In plaats daarvan draait het gesprek om het bredere verhaal van de inwoner. Maaike:
“Je hebt een aantal vragen in je achterhoofd, gebaseerd op onder andere het werk van Jim van Os en het gedachtegoed van Positieve gezondheid. Wat is je verhaal? Waar kom je vandaan? Wat zijn je kwetsbaarheden, maar vooral ook je krachten? Waar wil je naartoe? En wat heb je nodig om daar te komen?”
Het gesprek volgt geen strak script. Maaike: “We hebben een gespreksleidraad, maar geen vast format,” legt ze uit. “Dat betekent dat je als professional moet kunnen meebewegen. De ene keer neemt de één het voortouw, de andere keer de ander.”
Altijd met z’n tweeën
Een verkennend gesprek voer je nooit alleen. Het wordt altijd gedaan door twee professionals: één vanuit de ggz en één vanuit het sociaal domein. Het liefst is een van de twee ervaringsdeskundige. “Die combinatie is essentieel,” zegt Maaike. “Ik kijk bijvoorbeeld of inzet van ggz nodig is. Mijn collega kijkt juist breder: wat speelt er in iemands dagelijks leven? Wat is er mogelijk in de wijk?”
Volgens Annemarie van der Kolk zit daar precies de meerwaarde. “Vanuit sociaal werk zijn we gewend om breed te kijken. We kijken naar leefgebieden: financiën, netwerk, dag invulling. Waar loopt iemand vast? En waar kunnen we nú al iets betekenen?”
Niet wachten, maar beginnen
Juist dat ‘nu al iets doen’ maakt volgens Annemarie het verschil. “Zelfs als iemand uiteindelijk naar de ggz wordt doorverwezen, kunnen wij vanuit het sociaal domein al starten,” zegt ze. “Denk aan ondersteuning bij eenzaamheid, schulden of het vinden van structuur in de dag. Dat heeft altijd effect, ook op een eventuele behandeling later.” Die vroege inzet wordt ook door inwoners gewaardeerd. “Wat we terugkrijgen is dat mensen zich gehoord voelen,” vertelt Annemarie. “Ze hebben de tijd om hun verhaal te doen. En er gebeurt meteen iets.”
Zoeken naar de balans
Toch is het voeren van een verkennend gesprek niet altijd eenvoudig. Zeker voor ggz-professionals vraagt het een andere houding. Maaike: “Je wilt geen intake doen, maar je moet wél kunnen inschatten of ggz nodig is. Dus je zoekt continu naar balans. Je wilt niet iemand onterecht verwijzen, maar ook niet iemand laten doorlopen die eigenlijk hulp nodig heeft. Sommige informatie móet je dus toch ophalen. Als iemand bijvoorbeeld iets zegt over middelengebruik, dan wil je dat wel verder uitvragen,” legt ze uit. “Anders loop je het risico dat iemand later alsnog opnieuw moet beginnen. En dat wil je voorkomen.”
Van gesprek naar concreet advies
Na het gesprek volgt een kort verslag, dat in de eerste plaats voor de inwoner zelf is. De inwoner krijgt het verslag en mag daarop reageren of aanvullen. Het is hun verhaal. Daarnaast ontvangt de huisarts tegelijkertijd een beknopt en concreet advies. Daarin staat onder andere: wat iemand zelf kan doen, wat mogelijk is met naasten, wat het sociaal domein kan bieden en of ggz hulp nodig is. “We proberen het zo praktisch mogelijk te maken,” zeggen Annemarie en Maaike. “Zodat de inwoner zelf en eventueel de huisarts er direct mee verder kan.”
Geen extra loket
Een belangrijke zorg in de praktijk is dat het verkennend gesprek een extra stap wordt voor inwoners. Een ‘extra hoepeltje’. “Dat moeten we echt voorkomen,” benadrukken beiden. Annemarie: “Het mag geen extra loket zijn. Het moet juist helpen om dingen te versnellen en beter te laten aansluiten.” Dat vraagt volgens haar ook iets van de ontvangende partijen. “Als iemand daarna alsnog volledig opnieuw een intake moet doen, dan voelt het wél als dubbel werk. Dan verlies je de meerwaarde.”
Samen leren anders kijken
Voor professionals zelf levert het werken als verkenner ook iets op. “Het verrijkt je vak,” zegt Maaike. “Je leert echt anders kijken. Breder. Minder vanuit klachten, meer vanuit het geheel van iemands leven.”
Annemarie herkent dat. “Het is domeinoverstijgend werken. Je kijkt samen, vanuit verschillende brillen. En juist dat maakt dat je tot een beter beeld komt.”
De beweging naar voren
De pilot laat zien dat een deel van de mensen uiteindelijk geen ggz nodig heeft, maar geholpen kan worden in het sociaal domein, of met een combinatie van beide. “Het gaat uiteindelijk om tijdige en passende ondersteuning,” zegt Annemarie. “En hoe eerder je erbij bent, hoe beter.” Maaike vult aan: “Als je aan de voorkant anders begint, verandert de rest van het traject vanzelf mee.”
Tot slot: het vraagt lef én vertrouwen
Wat willen ze tot slot nog melden over de afgelopen pilot en wat zien ze als grootste uitdaging? “Misschien wel loslaten wat vertrouwd is. Het zit niet in schema’s of vaste stroomdiagrammen,” zegt Maaike. “En dat kan soms frustrerend zijn. Want je wilt graag duidelijkheid: wie hoort waar?” Maar volgens haar is dat precies de omslag die nodig is.
“We moeten leren verdragen dat het soms grijs is. En vertrouwen op het gesprek en op elkaar.”