Artikeldatum

Leren van elkaar: kruisbestuiving tussen teams Volwassenen en Jeugd in de ggz

In de ggz maak je een keuze: je behandelt volwassenen en ouderen óf kinderen en jeugd. Waar liggen de verschillen in de behandelwijzen? En is het eigenlijk wel wenselijk dat het twee gescheiden werelden zijn? Klinisch psychologen Anita Vink-Van der Steeg en Dionne Dopmeijer hebben tijdens hun opleiding aan beide kanten van de ‘schutting’ gewerkt. Dat leverde waardevolle inzichten op, die hun werkwijze blijvend heeft veranderd. 

Anita en Dionne werken in de volwassenen-ggz. De ervaring die ze hebben opgedaan bij de jeugd-ggz hadden ze niet graag gemist. Het is een waardevolle toevoeging gebleken en het heeft geholpen om een completere behandelaar te worden. In de praktijk blijken de twee ggz-werelden namelijk best verschillend te zijn. Het grootste verschil zit in het aanvliegen van de hulpvraag. Bij Volwassenen komt de hulpvraag rechtstreeks vanuit de cliënt. Een hulpvraag bij Jeugd kan vanuit het kind komen, maar heel vaak komt die vraag vanuit het systeem om het kind heen. Zeker als het om jonge kinderen gaat. Bij kinderen werk je vanzelfsprekend veel meer via de omgeving. Niet alleen de ouders of verzorgers, maar ook bijvoorbeeld de school of een sociaal wijkteam kunnen bij de behandeling betrokken zijn. 

De werkwijze is automatisch al systemisch 

Volgens Dionne is de werkwijze bij Jeugd vaak al systemisch van aard, doordat je met meerdere partijen te maken hebt. Je kijkt niet altijd alleen naar het gedrag van het kind, maar ook naar de relatie tussen de ouder en het kind en wat er speelt in het gezin. De omgeving is essentieel om goed te begrijpen wat er speelt. Je hebt niet alleen de ouder of het kind in behandeling, maar ook de relatie tussen beiden. Dit maakt de insteek van de behandeling bij Jeugd wezenlijk anders dan bij volwassenen. Anita: “Bij Jeugd neem je de tijd om eerst de situatie van het systeem goed inzichtelijk te maken, holistisch naar het geheel te kijken en proberen iedereen op één lijn te krijgen. Binnen de volwassen-ggz wordt nog veel meer naar het individu gekeken”. Nog een opvallend verschil is dat er bij jonge kinderen minder snel een diagnose wordt gesteld. Er wordt meer gekeken naar de betekenis van het gedrag in de context van de omgeving. Middelen die je inzet zijn dus meestal ook systemisch van aard.

De context betrekken is ook bij volwassenen belangrijk

Bij Jeugd betrek je het systeem rondom het kind bij de behandeling. Dit zorgt ervoor dat je een compleet beeld krijgt van de situatie en daardoor de juiste hulp kunt bieden. Deze manier van werken heeft Anita doen inzien hoe belangrijk het is om ook bij volwassenen het systeem te betrekken. “Psychische problemen van ouders hebben vaak een grote impact op hun kinderen, en door hier alert op te zijn, kunnen we betere zorg bieden voor het gehele systeem.”

Dionne heeft van het systemisch werken bij Jeugd geleerd om naar het grotere geheel te kijken. “Ook in de behandeling van volwassenen is het essentieel om de omgeving en het systeem te betrekken. Dit bevordert een holistische benadering, waarbij we niet alleen naar klachten kijken, maar naar de mens in zijn volledige context. Zo sluit de behandeling beter aan op de behoeften van de cliënt én de omgeving.” 

Korte lijnen verhogen werkplezier

Door een periode bij Jeugd gewerkt te hebben, zijn Anita en Dionne niet alleen goed bekend met de werkwijze en expertise die ze daar hebben; ze kennen de collega’s nu ook persoonlijk. Daardoor ontstaan korte lijnen. Volgens Anita helpt dat om de zorg te verbeteren: “Het is nu makkelijker om samen te werken en snel te schakelen wanneer dat nodig is.”

Binnen de Dimence Groep wordt kruisbestuiving levend gehouden door het Contexueel Behandelen - een samenwerkingsverband tussen jeugd- en volwassenen-ggz. Dit stelt behandelaren in staat om beter samen te werken en expertise te delen. Dankzij korte lijnen en intensieve samenwerking kunnen we niet alleen efficiënter werken, maar ook de zorg beter afstemmen op de behoeften van de cliënt en het gezin. Dionne vult aan: “Dit is niet alleen belangrijk voor de cliënt en het gezin, maar ook voor de professionals. Het is namelijk bijzonder waardevol om kennis en ervaring te delen en van elkaar te leren!”

Beter invoelbaar

De kennis die ze bij Jeugd hebben opgedaan, nemen Anita en Dionne mee nu ze weer met volwassenen werken. De ervaring van Anita is dat ze veel actiever bezig is met de impact van psychische problemen van ouders op hun kinderen. “Ik heb meer oog voor de impact van psychische problemen op het gehele systeem, waaronder op de kinderen. Ook weet ik beter welke ondersteuning het gezin en deze kinderen kunnen krijgen om enerzijds dit te begrijpen, herkenning te kunnen vinden en samen te onderzoeken hoe om te gaan met deze soms ingewikkelde gezinssituaties”. Voor Dionne geldt dat ze alerter is op de gezinssituatie en de mogelijke effecten van problemen van ouders of verzorgers op de kinderen. “Daarnaast vind ik het belangrijk om stil te staan bij de ouderrol en de partnerrelatie. En vooral om te blijven stilstaan bij wie de ouder of verzorger is als mens - met een verhaal, een eigen geschiedenis.” 

Blijf de mens zien

Het ideale plaatje voor de inrichting van de ggz hebben beide klinisch psychologen goed voor ogen. Anita zou graag meer kruisbestuiving zien tussen de afdelingen, zodat iedereen zich bewust is van wat de jeugd-ggz en volwassenen-ggz voor elkaar kunnen betekenen. “Het zou mooi zijn om letterlijk meer samen op te trekken in casussen. We kunnen en mogen veel meer van elkaar leren en gebruik maken van elkaars expertise. Dit zorgt voor een meer holistische benadering, waarbij we de mens centraal stellen en niet alleen de klacht. Door meer samen te werken kunnen we kwalitatief betere zorg bieden en ook de wachttijden verkorten.” Dionne vult aan dat ze ook graag een geïntegreerde aanpak ziet waarbij zorgprofessionals vanuit Jeugd en Volwassenen nauw samenwerken. “Wat mij betreft geldt dit voor de hele ggz, denk bijvoorbeeld ook aan de samenwerking tussen specialistische en herstelgerichte teams. Houd elkaar vaker in gedachten en kijk naar de mens in zijn context.”