Alle Onderzoeken & Publicaties van Sizoo, Bram

Onderzoek

In het voorjaar van 2020 is de KRACHTplanner ontwikkeld door AutismeKRACHT. Het idee van de KRACHTplanner is ontstaan met als doel om mensen met autisme meer overzicht en balans te bieden in hun leven. Vanuit de praktijk is ervaren dat mensen met autisme moeite hebben met plannen en dat de huidige hulpmiddelen hen vaak onvoldoende ondersteuning bieden om overzicht aan te kunnen brengen in hun dagelijks leven. Door middel van de ervaringen van mensen met autisme is er een methode ontwikkeld om beter aan te kunnen sluiten bij deze doelgroep. Naar aanleiding van de positieve ervaringen van gebruikers namelijk; het ervaren van meer overzicht, minder stress en overprikkeling, is het idee ontstaan om de ervaringen met het gebruik en het effect van de KRACHTplanner op angst en depressie te onderzoeken bij mensen met autisme.  

 


nleiding:
In augustus 2018 is een verkennend pilot onderzoek gedaan naar de inzet van de ‘companion pet dog’ (hierna: robothond) bij mensen met een autismespectrumstoornis die in klinische behandeling zijn bij Lorna Wing, onderdeel van het Specialistische Centrum Ontwikkelingsstoornissen (SCOS), Dimence. Het betreft een pluche robothond die blaft als je tegen hem praat, die geaaid en geknuffeld kan worden en die een nagebootste hartslag heeft waarvan de frequentie afneemt naarmate de hond meer wordt geaaid.  Naar aanleiding van de positieve ervaringen van patiënten tijdens deze pilot is het idee ontstaan de toepassing en het effect van gebruik van de robothond verder te onderzoeken.

Doel
Het doel is om bij ongeveer 30 mensen met ASS te onderzoeken of gebruik van de robothond invloed heeft op het activiteitenpatroon, eenzaamheidsgevoelens en stemming en angstklachten bij mensen met ASS.


Aanleiding:
In de afgelopen jaren is er veel veranderd voor mensen met ASS, hun directe omgeving en de betrokken instanties. Met de overheveling van taken naar de gemeenten (Jeugdzorg, AWBZ), de invoering van de wet Passend Onderwijs en de invoering van de Participatiewet, spreekt de overheid burgers die behoefte hebben aan ondersteuning meer aan op hun eigen verantwoordelijkheden en eigen regie. Als er ondersteuning nodig is, dient dit dicht bij de burger georganiseerd te worden, in nauwe samenwerking met de school/opleiding en andere betrokkenen zoals de jeugdzorg, de WMO-zorg en de arbeidsmarkt. Betrokken partijen signaleren dat deze veranderingen tot gevolg hebben dat jongeren en jongvolwassenen met ASS nog eerder dreigen uit te vallen in onderwijs en werk.


Aanleiding:  
Recent onderzoek toont aan dat er bij autismespectrumstoornissen (ASS) en bij ADHD veel comorbiditeit voorkomt, vooral angst en depressieklachten. Deze kunnen het functioneren  ernstig belemmeren (uitval op het werk, relatieproblemen, etc.). Angst en depressie wordt erger als er ook sprake is van een lage zelfwaardering (self-esteem). Omgekeerd, heeft verbetering van zelfwaardering een gunstig effect op angst en depressie. Zelfwaardering kan op een effectieve manier worden versterkt door middel van Competitive Memory Training (COMET).
Wij verwachten dat COMET therapie bij volwassenen met ontwikkelingsstoornissen als ASS en ADHD niet alleen de zelfwaardering kan verbeteren, maar ook kan bijdragen aan een afname van de angst en depressieklachten.


Aanleiding:
Hoewel er uitgebreide literatuur beschikbaar is over suïcidaliteit en ook over symptomatologie bij stoornissen in het autisme spectrum, is er nog weinig kennis voorhanden over de mogelijke samenhang tussen suïcidaliteit en ASS (Segers & Rawana, 2014; Richa et al., 2014; Sizoo, 2016, Bennett, 2016). Uit onderzoek blijkt dat dat de psychologische correlaten zelfwaardering en rumineren zowel een relatie hebben met suïcidaliteit, als met ASS. In hoeverre deze kenmerken voorspellers zijn voor de mate van suïcidaliteit bij ASS, is nog nooit eerder onderzocht.


Deelonderzoek promotie ‘Factoren van invloed op de intensiteit van de behandeling van patiënten met een autismespectrumstoornis en het geassocieerde herstel (Intensive Specialized Autism Care Study (ISAC study))’.

Doel onderzoek:
Het eerste doel is het verkrijgen van inzicht in de processen het ontstaan van een crisis die leiden tot een intensieve klinische behandeling bij patiënten met ASS en de invloed van persoons- en omgevingsfactoren op dit proces.
Het tweede doel is het verkrijgen van inzicht in het herstelproces van patiënten met ASS na een intensieve klinische behandeling. Tevens zal worden onderzocht hoe de persoons- en omgevinsgebonden factoren dit proces beïnvloeden

Centrale vraagstelling en deelvragen:
Hoe verlopen processen van ontstaan van de crisis die leiden tot een intensieve klinische behandeling patiënten met ASS? Welke persoons- en omgevingsfactoren zijn van invloed op dit proces?
Hoe verloopt het proces van herstel van patiënten met ASS na een intensieve klinische behandeling en welke persoons- en omgevingsfactoren beïnvloeden dit proces?


Voor een deel van de patiënten met ASS blijkt de reguliere zorg in de basis- of specialistische GGz ontoereikend te zijn, vaak als een gevolg van gebrek aan kennis over ASS (Weis et al., 2013; White et al., 2012). Hierdoor kan ernstige ontregeling, crisis en stagnatie in de behandeling ontstaan, wat een autisme-specifieke (intensieve) behandeling noodzakelijk maakt. Een autisme-specifieke behandeling in de specialistische GGz varieert in intensiteit, van laag frequent ambulant tot een intensieve 24-uurs behandeling. In dit onderzoek wordt uitgegaan van twee groepen, namelijk de groep die gespecialiseerde behandeling ontvangt bij de poliklinische afdelingen van het Dr. Leo Kannerhuis wordt vergeleken met de groep die intensieve gespecialiseerd behandeling ontvangt bij de Crisisinterventie en Intensieve Behandeling Autisme  (CIBA; 12 tot 23 jaar) van het Dr. Leo Kannerhuis of de Medium Care en High Care (MC/HC;18 tot 65 jaar) afdeling van Dimence. Er is vanuit onderzoek en de literatuur weinig bekend over welke factoren van invloed zijn op de behandelintensiteit van patiënten met ASS. Evenmin is bekend welke factoren herstel beïnvloeden bij een (intensieve) gespecialiseerde behandeling voor patiënten met ASS.


Aanleiding:
Genetische studies schatten de erfelijke component bij ASS op 70-80% (Geschwind, 2011). Verschillende onderzoekers bestudeerden multiple incidence (multiplex) gezinnen met autisme, zij definieerden multiplex meestal als gezinnen met meerdere kinderen met ASS. Onderzoek bevestigde dat autisme-kenmerken bij ouders in multiplex gezinnen sterker aanwezig zijn dan in gezinnen met slechts een gezinslid met ASS (simplex) (Piven et al., 1997)


Achtergrond
Meerdere factoren kunnen volwassenen met een autisme spectrum stoornis en een verstandelijke beperking uit balans brengen en leiden tot een crisis en mogelijke opname. De ervaringskennis van naastbetrokkenen over deze factoren is niet beschikbaar.

Doel
Doel van dit onderzoek is kennis te ontsluiten bij naastbetrokkenen om de zorg te verbeteren.


Aanleiding:
Een substantieel deel van de zorg  binnen de ambulante kinder- en jeugdpsychiatrische afdelingen van Dimence is gericht op diagnostiek en behandeling van cliënten met autisme spectrumstoornissen (nader te noemen als ASS). De vraag naar diagnostiek en behandeling neemt toe zonder dat we precies weten wat de achterliggende  mechanismen van autisme zijn en hoe we het beeld in zijn grote diversiteit moeten begrijpen.  Om problemen die mensen met ASS in het dagelijks leven ervaren te begrijpen en suggesties voor de behandeling te kunnen geven wordt geadviseerd de intelligentie en de neurocognitieve vaardigheden als aandacht, geheugen, informatieverwerkings-snelheid, mentale flexibiliteit van mensen met ASS vast te stellen, waarbij het onderzoek zowel sterke als zwakke kanten in het functioneren weergeeft (Engeland, H. van en Swaab, H. 2011). De dagelijkse praktijk leert ons echter dat deze concepten niet altijd toereikend zijn in de hulpverlening aan mensen met ASS.


Pagina's