Goossens, Peter

Een thematische analyse over de ervaringen van patiënten die opgenomen zijn geweest wegens suïcidale klachten op een medium care/high care afdeling met betrekking tot het contact met de psychiatrisch verpleegkundige over suïcidaliteit.

Inleiding:
​De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) omschrijft het begrip suïcide als een handeling met een dodelijke afloop of in verwachting van een dodelijke afloop (World Health Organization [WHO], 2021). Daarnaast worden gedachtes aan de dood en voorbereidingen met de intentie tot zelfdoding ook gerekend onder het begrip suïcidaliteit. Behandeling van deze klachten vindt bijvoorkeur plaats in de thuissituatie van de patiënt. Wanneer veiligheid niet gewaarborgd kan worden, kan een tijdelijke opname op een medium care (MC) of high intensive care (HIC) overwogen worden als uiterst hulpmiddel in de behandeling (GGZ Standaarden, 2018). Hoe de verpleegkundigen van een MC/HIC aandacht hebben voor de suïcidale klachten van de patiënt is weinig onderzoek naar gedaan. Vanuit literatuuroriëntatie komt naar voren dat patiënten zich niet altijd gehoord voelen en willen zij graag dat naasten betrokken worden bij de behandeling.

 

Zorgbehoeften van volwassenen met een autismespectrumstoornis in combinatie met een eetstoornis.

Naar schatting is er bij 30 tot 80% van de volwassenen met een autismespectrumstoornis (ASS) sprake van één of meer comorbide stoornissen, waaronder eetstoornissen (Bartels et al., 2012). ASS in combinatie met een eetstoornis komt in de klinische praktijk vaak voor. In de klinische praktijk worden er problemen ervaren met betrekking tot het gebrek aan kennis over de zorgbehoeften wanneer een patiënt zowel autisme als een eetstoornis heeft. Verpleegkundigen handelen volgens hun kennis en expertise gericht op zorgbehoeften van patiënten met ASS en eetstoornissen, maar er zijn geen duidelijke zorgbehoeften over deze combinatie beschreven.

Doel van het onderzoek betreft ‘inzicht verschaffen in welke zorgbehoeften volwassenen met een autismespectrumstoornis in combinatie met een comorbide eetstoornis hebben.’ Met deze doelstelling wordt gestreefd naar verbetering van kwaliteit van zorg in de klinische praktijk doordat er beter ingespeeld kan worden op de zorgbehoeften van de patiënt. Op deze wijze wordt er gestreefd naar meer gepersonaliseerde zorg.

De onderzoeksvraag betreft ‘welke zorgbehoeften ervaren volwassenen met een autismespectrumstoornis in combinatie met een comorbide eetstoornis?’.

De methode betreft een kwalitatief onderzoek op basis van een thematische analyse. De dataverzameling wordt gedaan via semigestructureerde interviews op de klinische afdelingen OBA, IBA en HBA van het SCOS.

Zelfmanagement door middel van een signaleringsplan. Een thematische analyse naar wat er volgens de ervaring van patiënten met een psychotische stoornis in het signaleringsplan moet worden opgenomen om zelfmanagement op een zo adequaat mogelijke wijze ui

Aanleiding
Er is onderzoek geweest naar de ervaringen van patiënten, familie en professionals met het opstellen en gebruiken van een signaleringsplan (Van Meijel, 2003). Er is geen onderzoek gedaan naar wat volgens patiënten met een psychotische stoornis in het signaleringsplan moet worden opgenomen om zelfmanagement op een zo adequaat mogelijke wijze uit te voeren. Onderzoek naar dit onderwerp draagt bij aan evidence based practice omdat het inzicht geeft in patiëntenvoorkeuren.

Doelstelling
Het doel van het onderzoek is inzichtelijk maken wat er volgens de ervaring van patiënten met een psychotische stoornis in het signaleringsplan moet worden opgenomen om zelfmanagement op een zo adequaat mogelijke wijze uit te voeren.

Potential effectiveness of integrated Dialectical behavioural therapy for adults with Autism and the role of Sensory Hyper- and Hyposensitivity and interoceptive BOdy-Awareness in self-Regulation Development (DASHBOARD)

BACKGROUND:
Individuals with autism spectrum disorder (ASD) are at risk to develop more pervasive emotion-dysregulation and as a consequence maladaptive coping as compared to non-autistic people (Conner et al., 2020; Maddox, Trubanova & White, 2017). Sensory differences and impaired interoceptive body-awareness may influence emotion-dysregulation. Maladaptive coping is reflected by a variety of harmful behaviours, particularly strong social avoidance, obsessive-compulsive symptoms, disordered eating, substance abuse, agitation, non-suicidal-self-injury (NSSI), and suicidal ideation and behaviour. For a part of these individuals, treatment as usual does not have any effect at all, causing a vicious circle of isolation, demoralization, life-long psychiatric treatments, and crisis.
As of yet, there is no empirically tested conceptual framework for the continued existence and treatment of severe emotion-dysregulation in individuals with autism. As a consequence, research into treatment of adults with severe emotion-dysregulation is scarce, and it remains unknown which are the potential factors and mechanisms that predict, advance, and hinder the pathway to recovery.
Dialectical Behaviour Therapy (DBT) is an empirically supported psychotherapy to treat emotion-dysregulation, particularly in individuals with borderline personality disorder (Linehan, 1993). An effective inpatient treatment for adults with ASD and severe emotion-dysregulation is lacking, as well insight in the development of the process of self-regulation, particularly the role of sensory hyper- and hyposensitivity and interoceptive body-awareness. Therefore, an integrated, mostly inpatient treatment program based on DBT is developed and outcomes will be evaluated in the currently presented research. Standard DBT is used, adapted to adults with ASD, and augmented with a body-oriented DBT- skills training, because of their possible impairments of interoceptive body-awareness. Experiences of participants with the treatment program, the mechanisms and processes that hinder and advance the pathway to recovery will be studied, in order to make the treatment more tailored and effective for this target group.

Ervaringen met het gebruik van de film vanuit de filminterventie

Patiënten met een bipolaire stoornis hebben vanwege hun aandoening te maken met wisselende episodes qua stemming: depressieve, euthyme en (hypo)manische periodes. Tijdens acute periodes is vaak intensieve, spoedeisende zorg nodig. In de klinische praktijk bleek bij de inschatting van het beloop van de klachten, en dan met name tijdens een opname, een verschillend referentiekader gehanteerd te worden door zorgprofessionals op de afdeling enerzijds en de naastbetrokkenen van de patiënt en de ambulant behandelaar anderzijds. Op de afdeling dacht men vanuit de patiënt in de ‘ontregelde’ toestand, maar naastbetrokkenen en ambulante behandelaar dachten vanuit ‘de patiënt in stabiele toestand’. Vanuit deze ervaringen is de filminterventie ontwikkeld: patiënten met een bipolaire stoornis maken, in een stabiele fase en met begeleiding, een korte film van zichzelf in stabiele toestand. De patiënt bepaalt wat er in de film naar voren komt. Wanneer de patiënt in de toekomst spoedeisende zorg nodig heeft dan kan deze film bekeken gaan worden door de professionals die op dat moment zorg bieden. De verwachting is dat zij zich daardoor een beter beeld kunnen vormen van ‘de mens achter de ziekte’. En dat dat ten goede zal komen aan meer gepersonaliseerde zorg aan de patiënt.
Dit kwalitatieve onderzoek richt zich op de vraag: Wat zijn de ervaringen van professionals, patiënten en naastbetrokkenen met het gebruik van de film, gemaakt door de patiënt over zijn functioneren in een stabiele periode, tijdens de periode waarin de patiënt spoedeisende zorg krijgt?

Feasibility studie naar de e-health module ‘Een gezond gebit’

Achtergrond en aanleiding
Een bipolaire stoornis (BS) is een stemmingsstoornis met manische en depressieve episodes, afgewisseld met periodes van stabiele stemming. De aandoening zelf en de medicatie waarmee deze behandeld wordt hebben een negatief effect op mondzorg en mondhygiëne. Poetsen gebeurt te hard of niet, een patiënt heeft verminderde speekselvloed en reageert hierop met het eten van snoep of het drinken van suikerhoudende dranken. Deze factoren zorgen voor plaquevorming op de tanden, met gaatjes en noodzakelijke tandartsbehandeling tot gevolg. De meeste patiënten met een BS hebben een laag inkomen, en kosten voor een tandartsbehandeling worden niet vergoed door de basiszorgverzekering. Ter preventie is goede mondzorg en mondhygiëne is daarom belangrijk, wat bereikt kan worden door het vergroten van kennis door middel van educatie. In Minddistrict is er in samenwerking met patiënten, behandelaren en tandartsen een e-health module ontwikkeld genaamd ‘Een gezond gebit’. Deze studie onderzoekt de bruikbaarheid en het gebruik van deze module voor patiënten met een BS.

Contentanalyse van het zwangerschapsplan. Een kwalitatief onderzoek naar de beschrijving van beïnvloedende factoren, signalen en acties in het zwangerschapsplan

Inleiding
Een zwangerschap is een life-event welke bij vrouwen met een psychiatrische aandoening een complicerende factor kan vormen. Afgelopen decennium is kennis ontwikkeld op het gebied van factoren die een rol spelen bij preventie, detectie en behandeling van psychische aandoeningen pre-, peri- en postpartum.
Dimence biedt vanuit de polikliniek ‘Psychiatrie en Zwangerschap’ vrouwen met psychiatrische problematiek ondersteuning bij de kinderwens, zwangerschap en postpartum door advies, behandeling en begeleiding te geven. Daarnaast bieden zij de mogelijkheid een zwangerschapsplan op te stellen gericht op vroegsignalering en terugvalpreventie in psychische klachten. Het zwangerschapsplan, opgesteld door de patiënte, diens naaste en verpleegkundig specialist, beschrijft (potentiële) stressfactoren, afspraken rond stressreductie en afspraken met hulpverleners. Sinds 2012 wordt gewerkt met dit concept, er is echter nog geen analyse gedaan naar de inhoud en uitwerking van dit plan.

Pagina's