Verpleegkundige interventies bij complexe PTSS in de stabilisatiefase

Abstract:

Inleiding: Door de taakverschuiving in de ggz komen patienten met een complexe Posttraumatische stress-stoornis (PTSS) steeds vaker bij verpleegkundigen voor stabilisatiefase van traumabehandeling. In dit artikel wordt een literatuuronderzoek uitgevoerd naar verpleegkundige interventies in deze stabilisatiefase. Methode: In verschillende databases in gezocht naar artikelen met betrekking tot interventies in de stabilisatiefase bij complexe PTSS. Aanvullend is gezocht op enkele internationale digitale inhoudsbestanden van tijdschriften en is de sneeuwbalmethode gebruikt. Er is een verpleegkundig handboek geincludeerd en er is advies gevraagd aan een externe deskundige. Resultaten: Er zijn vier RCT’s, een pilotonderzoek en enkele (practice-based) beschrijvende artikelen gevonden naar effecten van stabiliserende interventies waarbij tegenstijdige resultaten gemeld worden. Vooral voor training in emotieregulatievaardigheden in de stabilisatiefase wordt enige evidentie gevonden. Conclusie: Algemene verpleegkundige interventies als afnemen van de anamnese, formuleren van een verpleegkundige diagnose, het opbouwen van een professionele samenwerkingsrelatie en het betrekken van systeemleden zijn ook bij patienten met complexe PTSS van belang. Vooral het opbouwen van een samenwerkingsrelatie is belangrijk bij de groep patienten met complex trauma die moeite hebben met vertrouwen (zoals bij vroegkinderlijk trauma). Specifieke verpleegkundige interventies bij complexe PTSS zijn: - psycho-educatie; - het reguleren van traumasymptomen zoals bijvoorbeeld hier en nu oefeningen, veilige plek, nachtmerrieprotocol, nachtmerriedoos; - vaardigheidstrainingen waaronder training van emotieregulatie-vaardigheden; - werken aan zelfcompassie/innerlijke verbondenheid. Voor patienten met complexe PTSS en comorbide middelengebruik is de training ‘Seeking Safety’ ontwikkeld.

Samenwerking:

N. de Kant
F. Koerssen

In kader van:
Project van het Complex Traumateam Almelo
Duur van het onderzoek:
juli 2015
Informatie:
Wilma van Langen